Kleine ondernemersregeling

De KOR, oftewel de kleine ondernemersregeling, is een regeling van de Belastingdienst die bedoeld is voor kleine ondernemers, die een omzet hebben tot maximaal € 20.000,-. De regeling betreft een vrijstelling voor het berekenen van BTW én het betalen van die BTW over de gemaakte omzet van dat jaar. Per 1 januari 2020 is de oude regeling aangepast en daarmee een stuk eenvoudiger geworden. De omzet geldt nu als uitganspunt, zodat je niet langer hoeft te berekenen óf en hoeveel btw er betaald dient te worden. Dus een btw-vrijstelling in plaats van een belastingvermindering. Ideaal voor ondernemers die relatief gezien niet veel omzet maken.

BTW aangifte

Hoe zit dat dan met die btw? Simpel. De meeste producten en diensten zijn belast met 21% of 9% omzetbelasting oftewel btw. Als ondernemer zet je dat percentage bovenop je verkoopprijs, terwijl je de betaalde btw in mindering brengt op de door de onderneming af te dragen omzetbelasting. Het saldo van die rekensom is het bedrag dat je betaalt (of terugkrijgt). Daarvoor doe je een keer per maand of per kwartaal btw-aangifte bij de Belastingdienst.

De oude kleine ondernemersregeling

De voormalige KOR vormde een belastingvermindering op het totaalbedrag aan te betalen btw. Daarvoor kwamen vóór 1 januari 2020 alleen vof’s of eenmanszaken in aanmerking, maar vanaf dit jaar kan deze regeling voor elke rechtsvorm gebruikt worden.
Het oude rekensysteem, dat tot eind 2019 gangbaar was, bleek te ingewikkeld. Een ondernemer diende te berekenen hoeveel btw hij zou moeten betalen, en op basis daarvan beslissen of hij gebruik zou maken van deze optie. Dat bleek lastiger dan verwacht, mede doordat er twee verschillende bedragen belangrijk waren voor de uitkomst, nl. € 1883,- en € 1345,-. Als het bedrag dat je jaarlijks aan btw betaalde minder was dan € 1345,- dan hoefde je als onderneming geen btw te betalen. Maar bij een bedrag minder dan € 1883,- maar meer dan € 1345,- betaalde de onderneming een verlaagd bedrag aan btw. Daarbij werd een bepaalde rekensom toegepast: de uitkomst van € 1883,- minus de te betalen btw, bv. € 1500,- werd vermenigvuldigd met 2,5. Die uitkomst, € 383,- x 2,5, dus € 957,- vormde het aan btw verschuldigde bedrag. Ingewikkeld? Inderdaad. Tijd voor verandering!

Een simpele regeling

Om het de ondernemer makkelijker te maken, heeft de Belastingdienst de bestaande regels aanzienlijk vereenvoudigd. Er zijn nog slechts twee voorwaarden die bepalend zijn of je wel of niet gebruik kunt maken van de nieuwe regeling: je bedrijf dient in Nederland gevestigd te zijn met een jaarlijkse omzet van maximaal € 20.000,-. Met die twee heldere voorwaarden is de huidige kleine ondernemersregeling veel simpeler dan de oude regeling. Maar je dient je wel te realiseren dat een eenmaal gekozen besluit, wel of geen btw afdragen, 3 jaar geldig blijft. Tenzij je de omzetgrens overstijgt. Die keuze heeft dus wel degelijk consequenties voor je eigen inkoop en btw-terugvordering.

Wat houdt de huidige kleine ondernemersregeling precies in?

De huidige regeling, die geldig is vanaf 1 januari dit jaar, behelst een vrijstelling van omzetbelasting voor bedrijven, die minder dan € 20.000,- omzet realiseren. In dat geval hoef je geen btw-aangifte te doen, en je hoeft ook geen btw te betalen. Dat betekent echter ook dat je geen btw meer mag berekenen aan je klant. Dat kan een voordeel zijn, vooral als je veel particuliere klanten hebt. Zij kunnen de btw namelijk niet terugvragen, dus voor hen scheelt het aanzienlijk in het uiteindelijke prijskaartje.

De keerzijde

De regeling heeft echter ook een keerzijde: je kunt namelijk geen btw terugvorderen voor zakelijke kosten en investeringen. En omdat de regeling 3 jaar geldig blijft, houdt dat in dat je daar tussentijds niet vanaf kunt wijken. Ook niet als je opeens voor grote uitgaves staat. Dat kan dan een financieel nadeel opleveren, daarom is het zaak van tevoren na te denken over de plannen voor jouw bedrijf. Want als je besluit bepaalde investeringen te gaan doen, dan mis je een substantieel bedrag aan btw dat je niet kan terugvorderen van de Belastingdienst.

Overschrijding van de omzetgrens

Als op een bepaald moment blijkt dat je toch meer omzet in een kalenderjaar behaalt dan de vastgestelde 20.000 euro, dan vervalt de regeling. Vanaf dat moment dien je weer btw te gaan berekenen en betalen. Dat houdt in dat je dan ook weer de normale btw-administratie bij moet houden en dat je in de komende 3 jaar geen gebruik kunt maken van de regeling.

Welke omzet telt mee?

Voor het bepalen van de omzetgrens tellen alle diensten en leveringen mee, die normaliter met btw belast zijn. Maar ook omzet van btw-vrijgestelde diensten, zoals verhuur en levering van onroerende zaken en financiële dienstverlening en verzekeringen. Omzet uit bepaalde, niet met btw belaste diensten, zoals o.a. medische- en sportdiensten, tellen echter niet mee in de berekening.

Administratie

Dankzij de KOR hoef je weliswaar geen btw- berekeningen en afdrachten te doen, maar dat betekent niet dat je geen administratie hoeft bij te houden. Als onderneming dien je immers een boekhouding te voeren en aangifte te doen voor de inkomstenbelasting en soms ook voor de vennootschapsbelasting. Voor je eigen administratie mag je altijd een factuur uitschrijven, maar zonder btw in rekening te brengen. Om geen verwarring te scheppen is het raadzaam een korte mededeling inzake de bepaling voor de KOR op je factuur te vermelden: ‘Factuur vrijgesteld van OB o.g.v. artikel 25 Wet OB’.

Kleine ondernemersregeling: Wel of niet interessant?

Om voor jezelf een goede afweging te maken om wel of niet voor de KOR te kiezen, zijn de volgende overwegingen van belang:

  • Bedenk dat je bij een substantiële investering in je onderneming de btw daarop niet kunt verrekenen.
  • Als je in de afgelopen 5 jaar meer ca 10.000,- euro hebt geïnvesteerd (waarvoor je de btw hebt afgetrokken), zal er een herziening van de btw plaatsvinden. Dan loop je de kans een deel van de btw terug te moeten betalen aan de Belastingdienst. Voor investeringen in onroerend goed is dat 10 jaar.
  • Bij de verhuur van een btw-belast pand is de regeling niet van toepassing.
  • Houd er rekening mee dat je geen btw op inkopen en zakelijk kosten kunt verrekenen. Dat betekent dat je eigen kostprijs hoger wordt en je marge lager. Tenzij je je verkoopprijs verhoogt, waarmee jouw product minder interessant wordt voor zakelijke klanten.
  • Als je klanten vooral organisaties en particulieren zijn, die de btw niet kunnen verrekenen, dan wordt jouw marge hoger als je dezelfde verkoopprijs hanteert. Of je handhaaft je marge, waardoor je een scherper tarief kunt bieden.
  • Bij buitenlandse transacties, waarbij de btw is verlegd, moet je toch aangifte omzetbelasting doen. De website van de Belastingdienst geeft hierover meer info.
  • Geen btw meer berekenen verraadt dat je minder dan € 20.000,- aan omzet hebt. Daarom moet je je beraden of jouw klanten je dan nog wel als serieuze speler in de markt zien.

Gebruik maken van de nieuwe regeling?

Als je alle consequenties van de kleine ondernemingsregeling hebt bekeken en afgewogen kan het voordelig zijn die toe te gaan passen in je eigen onderneming. Daarvoor moet je aanvraag echter tijdig binnen zijn bij de Belastingdienst. (uiterlijk 4 weken voor de ingangsdatum). Na de schriftelijke bevestiging van de Belastingdienst kun je van start gaan met de nieuwe regeling. Veel succes!

Geplaatst op |

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>